Tips voor voorbereidend lezen (groep 1 en 2)

Tip 1  Voorlezen
Op school wordt je kind veel voorgelezen en mag hij zelf ook boekjes bekijken. Dit zijn boekjes waar veel plaatjes in staan en waarbij hij zijn eigen verhaal kan maken.  Voor kleuters zijn er veel mooie prentenboeken te koop, maar je kunt ze ook samen met je kind in de bibliotheek lenen. Voorlezen is goed voor de taalontwikkeling van je kind. We geven daarom een aantal tips om het voorlezen nog leuker en leerzamer te maken.

Vóór het voorlezen
Kies met je kind een boek uit om samen te lezen. Bekijk, voordat je gaat lezen, eerst  het boek. Lees de titel en bekijk samen de plaatjes. Waar denkt je kind dat het boek over gaat? Weet hij er al iets over?

Tijdens het voorlezen
Vraag je kind tijdens het voorlezen af en toe om een reactie. Vraag bijvoorbeeld: Hoe zou het verhaal verder gaan? Wat zou jij doen als ...? Laat je kind zelf ook vragen stellen of dingen aanwijzen in het boek. Door tijdens het voorlezen vragen te stellen, blijft je kind goed bij het verhaal betrokken. Leg ook de betekenis van moeilijke of onbekende woorden uit.

Na het voorlezen
Laat je kind na het voorlezen het verhaal navertellen. Door het navertellen gaat hij het verhaal beter begrijpen. Waarschijnlijk vraagt hij om het verhaal nog een keer voor te lezen. Dat is goed. Door een verhaal meerdere keren voor te lezen, begrijpt en herkent hij steeds een beetje meer. Hij onthoudt moeilijke woorden beter en het navertellen gaat ook steeds beter.

Door je kind regelmatig voor te lezen, leert hij nieuwe woorden kennen en komt hij in aanraking met verschillende soorten boeken. Door het stellen van vragen wordt je kind nieuwsgierig en meer betrokken bij het lezen. Hij leert goed luisteren en zal het verhaal beter begrijpen.

Tip 2  Plezier in (voor)lezen
Bij lezen is het belangrijk dat jouw kind het plezier van lezen gaat ontdekken. Lezen is ontspannend en leuk én je leert er veel van. Het stimuleert de fantasie, het brengt je op ideeën en je leert veel nieuwe woorden. Laat daarom thuis zien dat het leuk is om te lezen:

  • Lees samen, maar lees ook regelmatig zelf een boek in het bijzijn van je kind.
  • Als je voorleest, doe dat dan niet te lang. Lees liever iedere dag even kort voor (5 of 10 minuten) dan één keer heel lang.
  • Kies een vast tijdstip en een vaste plek om je kind voor te lezen. Jonge kinderen hebben behoefte aan houvast en regelmaat. Denk bijvoorbeeld aan het voorlezen van een verhaaltje voor het slapen gaan.
  • Neem een abonnement op de bibliotheek en maak er een uitje van. Voor kinderen onder de 18 is dit zelfs gratis.
  • Wanneer je kind zelf begint te lezen, kies dan boekjes met losse letters of korte woordjes van één lettergreep. Denk aan woordjes als: mus, vis en bal.

Je kunt ook kiezen voor een boekje met het niveau AVI-Start.

Vanaf groep 3 worden de leesniveaus aangegeven met het AVI-systeem. Het AVI-systeem deelt teksten en boeken in op moeilijkheidsgraad.  AVI-Start is voor beginnende lezers. Daarna komt AVI-M3. Dat is het niveau van midden (M) groep 3. Op www.snapjekind.nl vind je bij de rubriek Artikelen en tips meer informatie over AVI-niveaus.

 

Tip 3  Uitbreiden van de woordenschat
Op school leert je kind er iedere dag nieuwe woorden bij. Wanneer je kind veel woorden kent, kan hij beter voorleesverhalen en opzegversjes begrijpen. Hij kan de leerkracht beter volgen en leert ook sneller de betekenis van nieuwe woorden. Een grote woordenschat zal je kind later helpen bij het leren lezen, maar ook bij het begrijpend lezen.

Natuurlijk hoort je kind iedere dag nieuwe woorden, maar op school worden nieuwe woorden gestructureerd aangeleerd door ze te koppelen aan een thema. Zo’n thema kan bijvoorbeeld het thema ‘ziek’ zijn. Je kind leert dan bijvoorbeeld woorden als: dokter, mitella, recept, apotheek en thermometer. Hij leert deze nieuwe woorden niet alleen door ze vaak te horen, maar ook door ze te zien en er iets mee te doen. Je zou als ouder bij dit thema kunnen aansluiten door je kind een keer mee te nemen naar een apotheek of een ziekenhuis. Laat je kind bijvoorbeeld de dokter aanwijzen of de verpleegster. De woorden komen dan tot leven en blijven beter hangen. Of stimuleer je kind thuis om doktertje te spelen zodat hij spelenderwijs kan oefenen met de nieuwe woorden.

Tip 4  Letters oefenen
Je kind leert op school nog niet om te lezen, maar krijgt al wel bijna alle letters van het alfabet aangeboden. Iedere week staat er een letter centraal en mag je kind voorwerpen meenemen die beginnen met deze letter. Hij leert dan hoe een letter er uitziet en dat aan iedere letter een klank vastzit. Door goed naar de klanken van woorden te luisteren, krijgen de meeste kleuters in de gaten dat woorden uit letters zijn opgebouwd. Dit is een belangrijke voorbereiding op het latere leren lezen.

Je kind leert de letters uit te spreken zoals je ze hoort in een woord en niet zoals bij het uitspreken van het alfabet. Op onze website www.snapjekind.nl vind je bij de rubriek ‘Artikelen en tips’ een filmpje waarin de uitspraak van letters wordt voorgedaan.

Probeer thuis samen met je kind de letters eens te benoemen zoals je ze hoort. Begin met de letters van de naam van je kind. Probeer daarna bij iedere letter van het alfabet een dierennaam te bedenken. De letters Q en X mag je overslaan. Lukt het om bij alle letters een dier te verzinnen? In plaats van dierennamen kun je ook bij iedere letter van het alfabet fruit of groente bedenken.

Tip 5  Rijmen
Peuters en kleuters vinden het erg leuk om rijmpjes voorgelezen te krijgen en om zelf te rijmen. Lees het onderstaande verhaaltje uit ‘Kikker in de kou’ van ‘Max Velthuis’ maar eens voor.

Kikker met zijn rood witte broek,
beleeft van alles in zijn boek.

Varkentje, haas, eend en rat,
zijn zijn vrienden, wist je dat?

Kikker is soms verdrietig of bang,
maar dat duurt gelukkig nooit lang.

Want ze zijn vrienden voor het leven,
en daarom helpen ze elkaar ook altijd even.

Vraag aan je kind welke woorden rijmen en schrijf deze op. Weet je kind nog meer woorden die rijmen op broek, rat en bang? Probeer dit ook eens met andere rijmpjes. Je vindt ze vaak in prentenboeken.

Tip 6   Het digitale prentenboek
Naast het zelf voorlezen, zijn er ook diverse digitale prentenboeken die je samen met je kind online kunt beluisteren en bekijken. Hieronder staat een kleine selectie:

 Wil je een totaalpakket of een abonnement voor een bepaald leerjaar: ga naar de webshop voor ouders.