Schoolresultaten onder de loep

Als ouder wil je graag weten welke vorderingen je kind op school maakt. Je krijgt de resultaten van je kind meestal zo’n twee à drie keer per jaar middels een rapport. Dat rapport ziet er op elke school weer anders uit. Er zijn scholen die alleen in woorden vertellen hoe het met je kind gaat en er zijn scholen die ook beoordelingen geven in cijfers en scores. Wanneer je een rapport van je kind bekijkt, is het soms lastig te begrijpen wat al die cijfers en scores inhouden. Hieronder volgt een uitleg van toetsscores die je wellicht tegen kunt komen.

Cito-toetsscores
Scholen gebruiken toetsen om de vorderingen van je kind te meten. Vaak horen die toetsen bij een lesboek of lesmethode. Er zijn ook algemene toetsen die de resultaten van je kind meten ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De meeste scholen (95%) gebruiken hiervoor de methode onafhankelijke toetsen van het Cito (Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling). Door deze toetsen twee maal per schooljaar in groep 1 t/m 8 af te nemen, blijft de ontwikkeling van je kind goed in beeld.

Cito heeft onder andere toetsen voor rekenen en wiskunde, spelling, begrijpend lezen en technisch lezen. Als de school ervoor kiest om op het rapport de behaalde toets scores van Cito te vermelden, zul je dit terugzien in letters. De toets resultaten van het Cito bestaan uit de letters A t/m E. Deze kun je als volgt lezen:

Cito werkt ook al met een nieuwe normering. Deze kun je als ouder dus ook tegenkomen in het rapport van je kind. De nieuwe normering wordt uitgedrukt in de Romeinse cijfers I t/m V en laat een andere verdeling over de niveaus zien (namelijk 20% per niveau).

Niveau I    :  20%  ver boven het gemiddelde (beste 20%)
Niveau II   :  20%  boven het gemiddelde (beste 40%)
Niveau III :  20%  de gemiddelde groep leerlingen (beste 60%)
Niveau IV :  20%  onder het gemiddelde (zwakste 40%)
Niveau V  :  20%  ver onder het gemiddelde (zwakste 20%)

Omdat de verdeling wat anders is, kun je ineens een ander beeld van de score van je kind krijgen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat je kind in de eerst genoemde normering een C scoort (wat gemiddeld lijkt) en in de nieuwe normering een IV. Je kind wordt niet zwaarder beoordeeld, maar de school heeft de ontwikkeling van je kind hiermee iets scherper in beeld.

Het is goed mogelijk dat je kind op de Cito-toetsen anders scoort dan op de methode gebonden toetsen van school. De inhoud van de Cito-toetsen is gebaseerd op leerstofinhouden uit verschillende methoden. Dit kan betekenen dat Cito onderdelen toetst die in de methode van jullie school nog niet aan bod zijn gekomen.

Didactische Leeftijd  (DL)
Op het rapport tref je bij de Cito-toetsen behalve de niveaus ook vaak de afkorting DL aan. Dit staat voor Didactische Leeftijd. De Didactische Leeftijd is het aantal maanden dat een kind onderwijs heeft gevolgd vanaf groep 3. Ieder schooljaar bestaat bij deze telling uit tien maanden en het schooljaar loopt van september tot en met juni.

Voorbeelden:

  • Een kind dat over gaat van groep 3 naar groep 4 heeft een DL van 10.
  • Een kind dat in januari in groep 6 zit (en nooit is blijven zitten) heeft een DL van 35 (3 x 10 maanden + 5 maanden in groep 6).
  • Een kind dat net klaar is met de basisschool heeft een DL van 60 (mits het niet is blijven zitten).
  • Een kind dat in juni in groep 7 zit en groep 5 gedoubleerd heeft, heeft ook een DL van 60 (1 jaar zittenblijven = 10 maanden extra onderwijs).

Didactisch Leeftijds Equivalent (DLE)
Naast de Didactische Leeftijd staat vaak het Didactische Leeftijds Equivalent. Het DLE drukt uit op welk niveau een leerling staat met het beheersen van de leerstof. Het niveau wordt uitgedrukt in het aantal maanden onderwijs vanaf groep 3.

Voorbeeld:
Een leerling met een DL van 45 (toets is afgenomen in januari groep 7) scoort 33 op de toets.
De toetsscore 33 blijkt gemiddeld te worden gehaald door een leerling van niveau van midden groep 6, dus DL 35. We zeggen nu: de leerling met een DL van 45 behaalt een DLE van 35.
Nu we van de getoetste leerling zowel zijn DL, als zijn DLE weten, kunnen we kijken of er sprake is van een leerachterstand of voorsprong. Dit betekent, dat deze leerling op de afgenomen toets
DLE - DL = 35 - 45 = -10 maanden behaalt. Dat houdt in, dat de leerling voor deze toets
een achterstand heeft van 10 schoolmaanden. Deze leerling loopt dus precies 1 schooljaar achter.


Als de DL en de DLE (bijna) even groot zijn, zit de leerling op niveau.
Als de DL groter is dan de DLE, heeft de leerling een achterstand.
Als de DL kleiner is dan de DLE, heeft de leerling een voorsprong.

 

Toetsuitslagen
De toetsuitslagen geven de leerkracht een goed beeld van de ontwikkeling van zijn leerlingen. Dit beeld is echter niet compleet zonder de beoordelingen en observaties in de groep, want de toets blijft een momentopname. Er zijn ook steeds meer scholen die het kind vragen te reflecteren op zijn eigen ontwikkeling en dit in het rapport opnemen. Soms gebeurt dit met toevoeging van door kinderen gemaakt werk (bewijsmateriaal) in de vorm van een portfolio of map.

Tijdens het bespreken van het rapport krijg je als ouder te horen hoe je kind zich ontwikkelt ten opzichte van de vorige keer. Ook hoor je of je kind de komende periode extra stof of hulp krijgt aangeboden. Op deze manier wordt het onderwijsaanbod steeds weer afgestemd op de behoeften van je kind.

Redactie Snap je kind!

Wil je een totaalpakket of een abonnement voor een bepaald leerjaar: ga naar de webshop voor ouders.