Realistisch rekenen

‘Vroeger leerden de kinderen veel beter rekenen’, moppert een oude man tegen een caissière in een supermarkt. ‘Ik geef 10 cent erbij, zodat je gemakkelijker wisselgeld terug kunt geven’. Het meisje kijkt de man aan en geeft hem zijn wisselgeld terug. ‘Alstublieft’, zegt ze beleefd. De man pakt het geld aan en beent weg. Tegen de volgende klant zegt de caissière: ‘Als hij nu 1 euro en 10 cent had gegeven, was het nog gemakkelijker geweest’.

In de media wordt veel gesproken over de leerresultaten van kinderen. Zo ook over de rekenresultaten. Kinderen zouden te weinig parate kennis hebben, niet kunnen klokkijken en amper twee getallen bij elkaar op kunnen tellen. ‘Krijgen ze eigenlijk wel goed les?’, is daarbij een vaak gestelde vraag. Sommige ouders hebben het idee dat kinderen nu meer lijken te praten over de lesstof, dan dat ze aan het rekenen zijn. ‘Dat gaat toch ten koste van het inoefenen?’, zeggen ze. Ze ondersteunen dit met voorbeelden, zoals: ‘Vroeger leerden wij de staartdeling en die functioneerde toch ook goed?’

Ook zou het niveau van pas afgestudeerde Pabo-docenten te laag te zijn, weten ouders uit de media. ‘Niveau van toekomstige pabostudent daalt’, kopte de Volkskrant in augustus 2007. De politiek bemoeide zich er mee en inmiddels zijn er nu strengere toelatingseisen ingevoerd voor de pabostudenten. De vraag mag dus terecht gesteld worden: ‘Is het rekenonderwijs zoveel slechter dan, laten we zeggen, 20 jaar geleden?’

In de jaren 90 is het zogenaamde realistische rekenen sterk toegenomen. In de deeltjes van Snap je kind! wordt beschreven dat kinderen het uitrekenen van sommen tegenwoordig niet slechts als trucje leren, maar dat het gaat om het verkrijgen van het juiste inzicht om sommen op te lossen. Leerlingen gaan daarbij bewust op zoek naar allerlei oplossingsstrategieën. De sommen bestaan uit concrete situaties die plaatsvinden in het dagelijkse en herkenbare leven van het kind.

Opgave: Vader legt vloertegels in de kamer van Anne. De kamer is 4 meter lang en 3 meter breed. De tegels zijn 50 x 50 cm. Hoeveel tegels heeft vader nodig om de vloer van de kamer te bedekken?

Ook bij het vermenigvuldigen met grote getallen (als 53 x 28) leren de kinderen eerst het verschil tussen honderdtallen, tientallen en lossen kennen, om vervolgens de som met inzicht op te lossen. Dit is het cijferen via het kolomsgewijs rekenen:

    53

    28 x

1000        (tientallen  x tientallen; 20 x 50)

    60        (tientallen  x eenheden; 20 x   3)

  400        (eenheden x tientallen;    8 x 50)

    24   +   (eenheden x eenheden;   8 x   3)

1484

Wat is nu de reden dat rekenmethoden gebruik maken van realistisch rekenen?

 Cito houdt de ontwikkeling van het rekenonderwijs bij (en ook die van andere vakken). Deze ontwikkeling staat op de site van Cito beschreven in het Periodiek Peilingonderzoek van het Onderwijs Niveau (PPON). Het blijkt dat de rekenresultaten gemiddeld gezien de laatste 20 tot 30 jaar niet veel zijn veranderd. Wel hebben er accentverschuivingen plaatsgevonden. Zo’n 20 jaar geleden waren kinderen beter in het cijferend rekenen en minder sterk in het schattend rekenen en hoofdrekenen.

Om hierop te anticiperen besloot men het rekenonderwijs meer te richten op het schatten van antwoorden en het verkrijgen van inzicht. Kinderen moesten sterker kunnen verantwoorden op welke wijze ze aan een antwoord waren gekomen zonder te vervallen in onzinantwoorden. De rekenmethoden gingen mee in deze ontwikkeling.

Met de opkomst van de zakrekenmachine was de verwachting dat deze het cijferend rekenen grotendeels kon overnemen. De verwachting klopte, met als gevolg dat kinderen nu sterker zijn in het hoofdrekenen, schatten van antwoorden en procenten en minder sterk zijn in het cijferen. Het oefenen met cijferen is de laatste jaren minder aan de orde geweest. Dat onderkennen de uitgeverijen van de rekenmethoden ook.

Maatschappelijk ligt er echter de wens dat leerlingen in hun latere leven toch ook aan de cijferende kant van het rekenen op niveau zitten om zo optimaal mogelijk mee te kunnen doen in de maatschappij.

Betekent dat dan dat we terug moeten naar het rekenen van 20 tot 30 jaar geleden? Nee, dat zou weer ten koste kunnen gaan van de winstpunten die nu zijn bereikt. Het zou mooi zijn als de sterke rekenonderwerpen van vroeger en de sterke zaken in het huidige rekenonderwijs elkaar vinden. Dat het cijferen weer een opmars kent, meer aandacht krijgt en dat het rekeninzicht voor de kinderen behouden blijft.

Daar spelen de rekenmethoden op dit moment al op in. De komende jaren zullen uitgeverijen meer aandacht besteden aan het cijferen. Kinderen die wat minder sterk zijn met rekenen krijgen in plaats van twee of drie oplossingsstrategieën er nu één aangeboden, zodat ze zich sterker op de uitkomst kunnen richten. Er zijn al weer methoden op de markt die de ‘ouderwetse’ staartdeling aanbieden. Ontwikkelingen die het cijferend rekenen extra aandacht gaan geven. Naast de aandacht voor het cijferen blijft er aandacht voor het rekenen met inzicht. Daar zijn bij het hoofdrekenen en procenten mooie resultaten mee bereikt.

Veel ouders zullen er blij mee zijn. Toch zullen we met elkaar over 20 jaar terugkijken en dan zal uit het PPON van Cito blijken of we er goed aan hebben gedaan. Ontwikkelingen en maatschappelijke wensen zullen elkaar opvolgen. De rekenspecialisten en de methodemakers zullen deze ontwikkelingen op de voet volgen om het rekenonderwijs zo goed als mogelijk up-to-date te houden.

De redactie van Snap je kind!                  

Bron: Cito, Malmberg.nl en wikipedia.nl

Wil je een totaalpakket of een abonnement voor een bepaald leerjaar: ga naar de webshop voor ouders.