Pesten op school

Pesten is een veel voorkomend probleem. Uit onderzoek blijkt dat pesten zowel op de basisschool als in het voortgezet onderwijs vaak voorkomt. Hoe kom je erachter of je kind gepest wordt of dat je kind zelf een pester is? Wat doen de overheid en de school aan pestgedrag en wat kun jij er als ouder aan doen? In dit artikel proberen wij daar een antwoord op te geven.

Wat is pesten en hoe herken je het?
Op elke school en in elke klas wordt gepest, maar het is niet altijd eenvoudig om pesten te onderscheiden van plagen of ruziemaken. Pesten heeft echter drie duidelijke kenmerken: het gedrag is bedoeld om iemand te kwetsen, het gebeurt herhaaldelijk en over een langere periode en er is een duidelijk machtsverschil tussen de dader en het slachtoffer. Pesten is een hardnekkig verschijnsel dat vaak negatieve gevolgen heeft voor de sociale en emotionele ontwikkeling van de betrokkenen.

Kinderen die gepest worden, schamen zich vaak en durven er niet goed met anderen over te praten. Maar vaak is uit signalen wel op te maken dat er iets aan de hand is. Mogelijke signalen zijn: angst om naar school te gaan, last krijgen van nare dromen en concentratiestoornissen waardoor de schoolprestaties achteruit gaan. Ook  hebben deze kinderen vaak last van lichamelijke klachten zoals buikpijn, hoofdpijn of misselijkheid.

Er zijn vele manieren van pesten:

  • fysiek (slaan en schoppen);
  • materieel (spullen afpakken of stukmaken);
  • verbaal (schelden, jennen);
  • relationeel (roddelen en buitensluiten);
  • digitaal (via de computer of telefoon).

Er bestaat ook een belangrijk verschil tussen de manier waarop jongens pesten en de manier waarop meisjes dat doen. Jongens pesten meestal op een meer directe en lichamelijke manier, zoals schelden, slaan en vechten. Ze troeven elkaar af op basis van prestaties: ‘Wie is het sterkst en wie kan het beste voetballen?’ Dit soort pesten is meer zichtbaar dan de manier waarop meisjes meestal pesten.

Meisjes pesten vaak meer op een subtielere en indirecte manier. Ze roddelen, ze sluiten anderen buiten of negeren elkaar. In meidengroepen heerst er vaak een ‘koningin’. Dit populaire meisje omringt zich met hofdames en trouwe onderdanen. Zij bepaalt wie bij haar club hoort en wie niet. Dit machtsspel leidt vaak tot allerlei problemen. Het pesten onder meisjes wordt ook wel meidenvenijn genoemd. Het wordt soms afgedaan als typisch meidengedrag dat er nu eenmaal bij hoort. Maar roddelen, buitensluiten en negeren is ook pesten.

Het belang van de groep
Pesten wordt de laatste tien jaren steeds meer als een groepsfenomeen gezien. Uit onderzoek blijkt dat er veel verschillende rollen bestaan bij het pesten:

  • je hebt een dader (de pester);
  • je hebt een slachtoffer (de gepeste);
  • je hebt kinderen die mee pesten (de helpers), bijvoorbeeld omdat ze bang voor de pester zijn of omdat ze er beter van denken te worden;
  • je hebt kinderen die niet mee pesten, maar ook niets doen om er een einde aan te maken (de buitenstaanders / de zwijgende meerderheid) ;
  • je hebt kinderen die het slachtoffer helpen (de verdedigers);
  • tenslotte is er een enkeling die niet in de gaten heeft dat er gepest wordt.

Het bovenstaande laat zien dat de dader niet alleen staat! Iedereen in de groep heeft een rol, dus ook de kinderen die niets doen! Uit onderzoek blijkt verder dat, behalve het slachtoffer, de pesters ook de dupe kunnen zijn. Ze ontwikkelen vaak onaangepast gedrag en krijgen daardoor vaker problemen in de pubertijd. Daarnaast  heeft het pesten invloed op de rest van de klas. De verstoring en afleiding die het pesten veroorzaakt, hindert het leren.

Als je niets aan het pestgedrag doet, leidt dat bijna altijd tot problemen. De kinderen kunnen het idee krijgen dat de situatie normaal is: dat de pester het recht heeft om te pesten en dat het slachtoffer het pesten maar gewoon moet ondergaan. Wil je echter iets aan het pestgedrag doen, is het dus belangrijk dat je de gehele groep erbij betrekt. Het is niet genoeg als je alleen het gepeste kind weerbaar maakt. Pesten is een probleem van de groep en dat houdt in dat je het oplossen van pestgedrag in de groep moet zoeken.

Wat doen de overheid en de school aan pesten?
Scholen zijn verplicht hun leerlingen en personeel te beschermen tegen alle vormen van geweld, dus ook tegen pesten. Dat staat in de Arbo-wet. Bovendien is in de cao afgesproken dat elke school een veiligheidsplan moet hebben. Een onderdeel van dit plan is het anti-pestprotocol. Zo’n protocol geeft kinderen, leerkrachten en ouders duidelijkheid over hoe er gehandeld wordt bij pesten.

Momenteel laat de staatssecretaris van onderwijs een onderzoek uitvoeren naar het anti-pestbeleid op scholen. Hij wil weten of scholen meer moeten doen tegen pesten. De aanleiding hiervoor zijn de recente zelfmoorden van een paar scholieren die mogelijk verband houden met pesten. Hij laat de onderwijsinspectie onderzoeken hoeveel scholen een anti-pestprotocol hebben en of ze ook daadwerkelijk ingrijpen bij pestgedrag. Als blijkt dat er in de praktijk te weinig wordt gedaan, overweegt de staatssecretaris om op alle scholen een anti-pestprotocol of een anti-pestprogramma verplicht te stellen.

De PO-raad (de vereniging van schoolbesturen van basisscholen) is echter geen voorstander van verplichte pestprotocollen. Verplicht betekent namelijk niet dat de school de regels ook per se toepast. Bovendien hebben scholen vaak de neiging pas in actie te komen als er een probleem is. Ze zouden meer moeten doen aan het voorkomen en bespreekbaar maken van pesten.

Het verplicht stellen van anti-pestprogramma’s lijkt dus een betere keus. Hiermee kunnen scholen preventief iets aan pesten doen. Er zijn inmiddels al veel van deze programma’s op de markt, maar naar de effectiviteit is nog relatief weinig onderzoek gedaan. Daarom is de Rijksuniversiteit van Groningen nu bezig met een onderzoek naar de effectiviteit van het programma KiVa uit Finland. Er wordt bekeken of dit programma het pesten kan verminderen. In totaal doen 105 basisscholen mee aan het onderzoek en in augustus 2014 worden de eindresultaten bekend gemaakt.

KiVa is een Fins woord en betekent ‘leuk of fijn’. Het is ook een afkorting voor de Finse zin: ‘In deze school wordt niet gepest.’ Het is een preventief programma waarmee scholen het pesten kunnen aanpakken vóór het begint. Het richt zich vooral op de rol van de groep en heeft er in Finland voor gezorgd dat het pesten op scholen met 40% is afgenomen. Voor meer informatie zie de site www.kivaschool.nl.  

Tips voor ouders
Het is belangrijk om als ouder aandacht te besteden aan pesten. Misschien denk je:  ‘Als mijn kind er maar geen last van heeft.’ Maar ook jouw kind kan elk moment het slachtoffer worden van pesten of zelf een pester zijn. Praat thuis met je kind over pesten en leer hem dat het niet ‘cool’ is.

Als je hoort of ziet dat een kind wordt gepest, ook al heeft je eigen kind er niets mee te maken, zoek dan contact met de school. Voor scholen is het vaak moeilijk om het pesten te signaleren, ze hebben hierbij de hulp van ouders nodig. Voor je kind geldt ook: Klikken bij pesten is iets dat mag en moet. Omdat de leerkracht maar een klein gedeelte ziet van wat er tussen de kinderen onderling gebeurt, moet je kind pesterijen altijd melden bij de leerkracht.

Op de site www.pestweb.nl vind je tips voor ouders en leerlingen (en leerkrachten). De site is door het ministerie van OC&W ingesteld en is onderdeel van het Centrum voor School en Veiligheid.

Op de website www.pesten.net staat ook veel informatie over pesten. Als je als zoekopdracht ‘adviezen’ intypt, vind je daar zowel adviezen voor ouders van gepeste kinderen als adviezen voor ouders van pesters.

Het lespakket 'Meidenvenijn is niet fijn!' is een lesmethode om het pestgedrag onder meisjes aan te pakken. Wil je meer weten over deze methode en over het fenomeen ‘meidenvenijn’,  kijk dan op de site www.meidenvenijn.nl.

 

Laatste update overheidbeleid: 25 maart 2013

Staatssecretaris Dekker van onderwijs heeft bekend gemaakt dat scholen wettelijk verplicht worden om het pesten op school effectief tegen te gaan. Hij gaat bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel indienen waarmee de verantwoordelijkheid van scholen om pesten te voorkomen in de wet wordt vastgelegd. Alle scholen worden verplicht om het pesten aan te pakken en daarbij te kiezen voor een bewezen effectieve anti-pestmethode.

Er bestaan veel verschillende anti-pestprogramma’s, maar van de meeste is de effectiviteit niet bewezen. Vandaar dat een commissie de programma’s in de praktijk gaat toetsen en een lijst gaat opstellen van methoden die bewezen effectief zijn. Zo hoopt men de wildgroei aan anti-pestprogramma’s terug te brengen tot een beperkt aantal methoden die echt werken en waarbij de nadruk ligt op het voorkomen van pesten. Verder moeten scholen een vertrouwenspersoon of een anti-pestcoördinator aanstellen en actief in de gaten houden of er op school wordt gepest. De inspectie krijgt bij dit alles ook een grotere rol. Zij moet er op toe zien dat scholen effectieve methoden hanteren.

Volgens de staatssecretaris is de verplichting noodzakelijk, omdat scholen nu vaak geen actief anti-pestbeleid voeren. Scholen gaan heel verschillend om met pesten: sommige scholen besteden veel aandacht aan omgangsvormen en hanteren een effectieve pestaanpak, maar op andere scholen wordt bijna niets gedaan. Met de nieuwe wet wil hij bereiken dat alle scholen in Nederland zich gaan inzetten om het  pesten op school te voorkomen.

Bij het signaleren, aanpakken en voorkomen van pesten krijgen de leerkrachten een belangrijke rol. Om de leerkrachten hierbij te helpen, wordt er een training ontwikkeld en gaan lerarenopleidingen meer aandacht besteden aan het pesten.

De huidige klachtenregeling zal ook worden verbeterd. Klachten over pesten op school moeten in het onderwijs zelf worden opgelost. In eerste instantie door de leraar en in tweede instantie door de schoolleider. Gepeste kinderen en hun ouders die op school geen gehoor vinden, kunnen in het uiterste geval terecht bij de Kinderombudsman.  

Redactie Snap je kind! 

Wil je een totaalpakket of een abonnement voor een bepaald leerjaar: ga naar de webshop voor ouders.