Hoogbegaafd bij kinderen

Patricia Versnel-Blom heeft een artikel geschreven over hoogbegaafdheid. Zij is werkzaam bij Stichting Leerlingzorg Almere en begeleidt daar drie klassen van de bovenschoolse plusklas Het Talentenlab in Almere. Daarnaast is zij werkzaam in een Neoklas (voorheen Leonardoklas) op de Ontdekking in Almere. Zij is door haar eigen kinderen vanaf 2003 betrokken geraakt bij het onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen. In 2011 heeft zij de Master SEN Specialist Hoogbegaafdheid afgerond.

 

Merk je aan je kind dat hij of zij al veel meer kan en weet dan alle andere leeftijdgenootjes in zijn omgeving? Kan je peuter of kleuter bijvoorbeeld al lezen en maakt hij graag moeilijke puzzels? Of heb je een kind dat heel nieuwsgierig is, vaak moeilijke en diepe vragen stelt en originele oplossingen bedenkt? Heeft hij een goed geheugen en wil hij alles zelf bepalen? Dan vraag jij je misschien af of je kind hoogbegaafd is.

 

 

 

 

 

Hoogbegaafdheid, wat is dat?
Bij jonge kinderen spreken we niet over hoogbegaafdheid, maar over een ontwikkelingsvoorsprong. Die ontwikkelingsvoorsprong hoeft niet altijd blijvend te zijn. Pas vanaf een jaar of zeven geven bijvoorbeeld intelligentietesten een betrouwbaar beeld voor langere tijd.

Hoogbegaafdheid wordt wel eens in één adem genoemd met ADHD, dyslexie en andere leer- of gedragsstoornissen. Maar hoogbegaafdheid is geen stoornis. Hoewel we nog lang niet precies weten wat de verschillen in de hersenen zijn tussen slimme en minder slimme mensen, kunnen we wel zeggen dat hoogbegaafde mensen en kinderen sneller en dieper denken en vaak ook gevoeliger zijn.

Intelligentie is het vermogen om doelgericht te handelen, rationeel te denken en effectief met de omgeving om te gaan (Wechsler 1994). Vaak wordt intelligentie uitgedrukt in een getal, een Intelligentie Quotiënt. In onderstaande grafiek zie je dat de meeste mensen (68 %) een IQ hebben met een scorebereik van 85 tot 115. De mensen die hierboven scoren hebben een  begaafd of hoogbegaafd intelligentieniveau.

 

Veel mensen denken dat een IQ van boven de 130 betekent dat diegene hoogbegaafd is. Maar naast dat intellectuele vermogen zijn er nog andere voorwaarden nodig om zeer goed te kunnen presteren op school, in de muziek, de sport, het bedrijfsleven, de wetenschap en dergelijke. Er zijn bepaalde karaktereigenschappen die invloed hebben op het ontwikkelen van die prestaties. Je moet dan bijvoorbeeld denken aan het zelfvertrouwen, de motivatie, het omgaan met stress en het reguleren van emoties.

Ook de omgeving van het kind is erg belangrijk. Deze omgeving bestaat uit school, het gezin en met wie je omgaat in je vrije tijd. Een kind dat thuis niet gestimuleerd wordt, zal bijvoorbeeld minder leren dan een kind dat wel voorgelezen wordt, veelzijdig speelgoed heeft en op interessante uitjes meegenomen wordt.

Wat heeft een kind nodig?
Als hoogbegaafde kinderen het niet naar hun zin hebben, kan dat te maken hebben met de omgeving. Ze moeten voortdurend omgaan met kinderen en volwassenen die niet zo snel denken als zij en dat is best lastig. Bovendien krijgen zij op school niet altijd het onderwijs dat bij hen past, maar doen ze mee met wat voor het gemiddelde kind geschikt wordt geacht. Als je goed bent in voetbal, dan mag je naar een selectieteam en ga je extra trainen. Op school krijgen lang niet alle hoogbegaafde kinderen een geschikt onderwijsaanbod. Het gevolg kan zijn dat ze zich aanpassen en niet meer leren of dat ze juist vervelend gedrag laten zien.

Er zijn twee dingen belangrijk bij de begeleiding van hoogbegaafde kinderen. Een aanpassing in de leerstof en een aanpassing in de manier waarop de leerkracht (of ouder) met de kinderen omgaat. Deze kinderen hebben namelijk lang niet zoveel herhaling nodig om de stof te beheersen. Ze kunnen dus een groot gedeelte van de herhalingsoefeningen overslaan, dat noemen we ‘compacten’. Daarnaast hebben ze behoefte aan leerstof die past bij hun intelligentieniveau. Dat noemen we verrijken; de kinderen krijgen dan opdrachten waar zij hun zelfstandigheid en creativiteit in kwijt kunnen. De meeste opdrachten op een basisschool gaan om het onthouden en begrijpen van de leerstof. Hoogbegaafde kinderen hebben ook complexere opdrachten nodig, anders komen zij niet echt tot leren. Denk hierbij aan analyseren, evalueren en ontwerpen.

Hoogbegaafde kinderen hebben, net als andere kinderen die iets gaan leren, daar wel begeleiding bij nodig. Bij de begeleiding is het belangrijk dat het kind leert leren op een goede manier. Vaak kunnen zij iets al, als ze het de eerste keer proberen. Als dat opeens niet lukt wanneer ze complexere opdrachten krijgen, kunnen ze erg schrikken. De leerkracht of ouder kan dan het beste begeleiden op het proces: ‘Hoe ga je dit aanpakken? Wat is er al gelukt? Hoe ga je nu verder? Wat heb je daarvoor nodig?’ En dat geldt ook voor het geven van complimentjes. Geen complimentjes geven over iets waar het kind geen moeite voor hoeft te doen, maar wel complimentjes geven over de weg naar het eindresultaat: ‘Ik zie dat je nu al een tijdlang hard aan het werk bent! Dat heb je op een handige manier aangepakt! Goed, dat je hulp hebt gevraagd!' De kinderen krijgen zo meer zelfvertrouwen, begrijpen dat zij kunnen groeien en zullen uiteindelijk beter gaan presteren.

Tips

  • Het is belangrijk dat hoogbegaafde kinderen een breed aanbod krijgen, zodat zij hun interesses en passies kunnen ontdekken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan sporten, muziek maken, drama, tekenen, strategische spellen of denkspellen en activiteiten in de natuur
  • Vergeet niet om met het kind zelf te praten. Hij weet vaak heel goed te vertellen wat er niet goed gaat, of wat hij graag zou willen. Ouders en leerkrachten hoeven alleen maar goed te luisteren en de juiste vragen te stellen.
  • Zoek uit wat er binnen en buiten de school aangeboden wordt aan hoogbegaafde kinderen. Denk hierbij aan verrijkingsmateriaal in de klas, verrijkingsklassen binnen of buiten de school, Leonardo scholen, en dergelijke.
  • Meer weten over hoofdbegaafdheid, kijk dan op: http://hoogbegaafdheid.slo.nl/.

Film
Tenslotte wil ik jullie nog wijzen op de film ‘Flowers are red’. Deze film laat zien wat er gebeurt als creatieve of slimme leerlingen zich moeten aanpassen aan de rest van een klas: https://www.youtube.com/watch?v=nHm2KdTTKUw .

Patricia Versnel-Blom
Bij vragen en opmerkingen kun je contact opnemen met de auteur:
info@denklessen.nl

 

 

Bronnen:

  • Bloom, B.S.  (1956) Taxonomy of educational objectives, Handbook I: The cognitive domain, New York: David Mckay Co Inc.
  • Dweck, C. S. (2011) Mindset, De weg naar een succesvol leven, Amsterdam: Uitgeverij SWP.
  • Gerven, E. Van (2009) Handboek hoogbegaafdheid, Assen: Koninklijke Van Gorcum
  • Resing, W. & Drenth, P. (2007) Intelligentie, meten en weten, Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.
  • Wechsler, D. (1944) The measurement of adult intelligence, Baltimore: Williams & Williams.

 

 

Wil je een totaalpakket of een abonnement voor een bepaald leerjaar: ga naar de webshop voor ouders.