Het klankgebaren alfabet

Klankgebaren zijn gebaren die de klank van een letter ondersteunen. De gebaren worden met het hele lichaam gemaakt en zijn een goed hulpmiddel bij het leren lezen en spellen. Ze helpen namelijk bij het automatiseren van de klankteken-koppeling. Met het aanleren van klankgebaren kan al begonnen worden voordat het echte leesonderwijs start. De klankgebaren helpen dan om de klanken goed te leren uitspreken.  

Bij een goede letterkennis koppelt je kind de letter aan een klank en omgekeerd koppelt hij de klank aan een letter. Maar deze koppeling gaat niet altijd vanzelf. Voor kinderen die moeite hebben met het onthouden van de klankteken-koppeling zijn klankgebaren een goed hulpmiddel; ze kunnen met het uitvoeren van de gebaren de klanken dan beter in hun hoofd opslaan.
Klankgebaren kunnen gebruikt worden naast de reguliere lees- en spellingmethode op school. Bij lezen doet de leerkracht het gebaar bij de letter voor en laat je kind de letter tegelijkertijd lezen. Bij spelling zegt de leerkracht een letter en moet je kind het bijbehorende klankgebaar maken. Klankgebaren worden ook al gebruikt in groep 1 en 2. Ze worden dan gebruikt om de tekens van letters te leren herkennen en om de letters goed te leren uitspreken.

Praktijk
De juf van groep 1 / 2 zit in de kring en biedt de letter van de week aan. Deze week is dat de lange klank ‘oo’. De juf laat allerlei afbeeldingen zien van woorden met een ‘oo’ (oog, oor en boom). Wanneer de juf de ‘oo’ langgerekt uitspreekt, laat ze tegelijkertijd het bijbehorende gebaar zien. De juf maakt met beide handen een rondje voor de ogen en beweegt de handen naar voren om de lange klank te benadrukken. De juf vraagt of de kinderen nog meer woorden weten met een lange ‘oo’. Al deze woorden worden opgeschreven en gelijktijdig wordt samen met de kinderen de klank en het gebaar gemaakt.

 

De klankgebaren kunnen voor alle letters gebruikt worden. Bij de klinkers wordt onderscheid gemaakt tussen lange en korte klanken. Bij de lange klanken (aa, ee, oo, uu) is de beweging van de handen lang. Bij de korte klanken (a, e, i, o, u) is de beweging van de hand kort.
Daarnaast zijn er ook gebaren voor medeklinkers en tweetekenklanken (zoals de ie, ui en au). Hiernaast zie je een voorbeeld van de letter f. Het gebaar wat daarbij hoort is dat van een fietspomp.

 

Wil je meer weten over klankgebaren en hoe ze er uitzien?

Ga naar https://www.youtube.com/channel/UCQE8au5tZHeBQ_SMtAF4YUQ. Je vindt daar videofragmenten waarin klankgebaren worden voorgedaan.

Redactie Snap je kind!

Bronnen:
-       http://www.lezenmoetjedoen.nl

 

Wil je een totaalpakket of een abonnement voor een bepaald leerjaar: 
ga naar de website voor ouders.